Observaties

oktober 2026

Ingevuld

Ingevuld
Identiteit & cultuurBestuur & besluitvormingMenselijke autonomie

“Wij, zwarte mensen.” Die woorden vielen in het museumcafé, na een bezoek aan het Suriname Museum en The Black Archives. Ik werd aangesproken als vanzelfsprekend deel van een groep. En ik herkende mezelf er niet helemaal in.

Ik heb Surinaams-Creoolse, Surinaams-Hindoestaanse, Chinese en Portugese wortels. Toen ik dat zei, kwam de vraag: hoe zien mensen jou als je op straat loopt?

Het maakt niet uit hoe anderen mij zien, zei ik. Het gaat erom hoe ik mezelf zie.

Dat antwoord kwam te snel. De blik van anderen heeft gevolgen, voor hoe ik behandeld word en welke deuren opengaan. Die blik bestaat. Ik wil alleen niet dat hij het laatste woord heeft over wie ik ben.

In The Black Archives had ik net gezien hoeveel stemmen er zijn: zwarte kunstenaars en auteurs, Surinaamse literatuur, boeken over Afrika, racisme, inheemse wijsheid en winti. Veel meer dan het verhaal dat vanuit een westers, koloniaal perspectief is vastgelegd. Die rijkdom gaf mij ruimte om ook mijn eigen verhaal anders te lezen.

Weten waar je vandaan komt, kan je laten wortelen. Maar een wortel is geen hek.

Een gedeeld “wij” kan kracht geven. Wie onrecht ervaart vanwege huidskleur, geloof of gender, kan samen erkenning vragen en verandering afdwingen. Dat is opkomen voor wat recht is. Wie verbinding zoekt, moet ook naar onrecht durven kijken.

Weten waar je vandaan komt, kan je laten wortelen. Maar een wortel is geen hek.

Mijn ongemak begint waar binnen een “wij” geen ruimte meer is om anders te denken. En waar “zij” mensen worden van wie we al menen te weten wat ze bedoelen. Dan wordt er niet meer gevraagd, maar ingevuld.

Toen zag ik dat ik precies dat zelf deed. In het gesprek meende ik slachtofferschap te horen, en daarmee lag mijn oordeel al klaar. Ik vulde in. Misschien heb ik daardoor niet goed gehoord wat die verbondenheid voor de ander betekende. De vrijheid van de ander om daar betekenis in te vinden, is dezelfde vrijheid die ik voor mezelf vraag.

Wat in dat café gebeurde, gebeurt overal in de samenleving. We horen een standpunt en denken al te weten wat erachter zit. De afstand groeit dan niet omdat we het oneens zijn, maar omdat we niet meer vragen.

Ook in beleid wordt ingevuld. Niet uit onwil, maar met de beste bedoelingen, zoals ik in dat café. Ook daar is een wij en een zij: wij die de regels maken, zij voor wie ze gelden. Onderweg wordt een mens een doelgroep, dan een dossier, en ten slotte een uitzondering. Over de menselijke maat is de afgelopen jaren veel gezegd. Maar wie vraagt eigenlijk wat iemand nodig heeft? En wat doen we als het antwoord niet in de regeling past? Dan schuurt het. Die schuring is geen ruis, maar informatie. Het vraagt een houding: blijven kijken, blijven reflecteren, blijven leren.

Er zijn participatietrajecten waarin burgers worden betrokken bij beleid en morele beraden waarin ethische dilemma’s worden onderzocht. Met het Menskompas wil ik een andere ingang verkennen. Het vertrekpunt is een mens die vastloopt, die samen met de betrokken organisaties aan tafel komt. Wij en zij aan dezelfde tafel. Eerst luisteren naar wat er werkelijk speelt. Daarna samen onderzoeken waar het knelt: in regels, in systemen, in aannames die onderweg zijn ingevuld. Niet om schuldigen aan te wijzen, maar om te begrijpen wat er gebeurt en wat we anders kunnen doen.

Daar gaat het mij om, in beleid en daarbuiten: iemand ontmoeten met een vraag, niet met een antwoord. Ook iemand die ik eerst als “zij” zag.